Doel: Studenten oefenen met creatief schrijven, taalvaardigheid en flexibel denken door een verhaal te schrijven waarin onverwachte woorden zorgen voor een plotwending.
Duur: ± 20–30 minuten (afhankelijk van schrijf- en voorleestijd).
Benodigdheden: Pen en papier (bij voorkeur gelinieerd papier) + kleine briefjes (post-its of losse strookjes papier).
Uitleg
Deze creatieve opdracht verbindt creatief schrijven aan het beroep of een thema dat in de klas centraal staat. In het mbo wordt soms nog weinig creatief geschreven, terwijl dit helpt om taalvaardigheid en flexibiliteit te ontwikkelen.
Elke student schrijft een kort verhaal. Ze mogen hierbij zo creatief zijn als ze willen.
Voorafgaand aan het schrijven bespreek je klassikaal de basisvragen:
- Waar speelt het verhaal zich af? (bijv. ziekenhuis, luchthaven, magazijn, kantoor of een lesonderwerp)
- Wie is de hoofdpersoon en hoe ziet deze eruit?
- In welke tijd speelt het verhaal? (verleden, tegenwoordige tijd of toekomst)
Daarna bedenken studenten een woord dat te maken heeft met het beroep of thema. Dit woord schrijven zij op een briefje. Het woord mag eenvoudig of juist uitdagend zijn, afhankelijk van de doelgroep. Het doel is dat studenten even moeten nadenken en hun fantasie gebruiken.
Alle briefjes worden verzameld voordat het schrijven start.
Stappenplan
- Leg de opdracht uit
Vertel dat studenten een kort verhaal gaan schrijven waarin onverwachte woorden verwerkt worden. - Start individuele voorbereiding
Laat studenten kort nadenken over:- locatie van het verhaal
- hoofdpersoon
- tijd (vt / tt / toekomende tijd)
- Briefjes laten schrijven
Geef elke student een klein briefje en laat hen één woord opschrijven dat past bij het beroep of thema. - Briefjes verzamelen
Verzamel alle briefjes en zorg dat ze door elkaar gehusseld worden. - Start met schrijven
Laat studenten hun verhaal beginnen op papier. Ze schrijven zelfstandig en in stilte. - Eerste plottwist toevoegen
Zodra iedereen begonnen is, trek je willekeurig één briefje en lees je het woord voor.
Studenten moeten dit woord op een logische of creatieve manier verwerken in hun verhaal. - Vervolg rondes (optioneel)
Herhaal stap 6 meerdere keren tijdens het schrijven om extra plotwendingen toe te voegen. - Afronden
Laat studenten hun verhaal afmaken. - Terugkoppeling
Laat enkele studenten hun verhaal voorlezen of bespreek klassikaal welke plotwending het meest verrassend was.
Tips
- Kies bewust woorden die een verrassende wending kunnen veroorzaken.
- Benadruk dat “logisch” minder belangrijk is dan creatief durven schrijven.
- Werk eventueel in tweetallen voor extra ondersteuning.
- Laat studenten achteraf hun favoriete plotwending onderstrepen en toelichten.
