Doel: Studenten leren elkaar beter kennen en oefenen met taalvaardigheid, luisteren en het verwoorden van informatie. Tegelijk maken zij kennis met etymologie: de betekenis en herkomst van namen.
Duur: ± 20–30 minuten.
Benodigdheden: Pen en papier of een laptop/telefoon met internet.
Uitleg
Bij deze werkvorm onderzoeken studenten de betekenis en herkomst van hun voor- en achternaam. Zij gebruiken hiervoor bijvoorbeeld Google of AI.
Studenten ontdekken vaak dat namen verwijzen naar:
- oude beroepen
- landen of talen
- religie
- familiegeschiedenis
- eigenschappen of betekenissen
Bijvoorbeeld:
- Mulder → iemand die bij een molen werkte
- Visser → oud beroep
- namen met een Bijbelse oorsprong
- Arabische, Turkse of Scandinavische namen met een specifieke betekenis
Deze werkvorm werkt goed aan het begin van een opleiding of tijdens groepsvorming. Vooral in diverse klassen ontstaan vaak leuke gesprekken over cultuur, familie en achtergrond.
Stappenplan
1. Namen opschrijven
Laat studenten hun voornaam en achternaam opschrijven.
2. Onderzoek doen
Studenten zoeken via AI of internet de betekenis en herkomst van hun naam op.
Laat studenten eventueel ook kijken naar:
- namen van ouders
- broers en zussen
- terugkerende patronen binnen de familie
Bijvoorbeeld:
- vernoemingen binnen de familie
- veel Bijbelse namen
- namen uit dezelfde cultuur of taal
3. Bevindingen verzamelen
Studenten maken korte aantekeningen over wat zij ontdekt hebben.
Bijvoorbeeld:
- betekenis van de naam
- land of taal van oorsprong
- opvallende familieverhalen
- waarom ouders voor de naam hebben gekozen
4. Kort verhaal schrijven
Studenten schrijven in eigen woorden een korte, begrijpelijke tekst over hun naam.
5. Uitwisselen in tweetallen
Studenten vertellen elkaar:
- waar hun naam vandaan komt
- wat de naam betekent
- wat zij opvallend vonden
Voorbeeld uit de praktijk: een student ontdekt dat haar achternaam verwijst naar een oud beroep, terwijl een andere student vertelt dat zijn voornaam uit het Arabisch komt en “geduldig” betekent. Dit leidt vaak vanzelf tot gesprekken over familie, cultuur en achtergrond.
Eventueel wisselen studenten daarna nog van tweetal.
6. Klassikale afsluiting
Bespreek kort:
- Welke naamverhalen vielen op?
- Welke overeenkomsten zagen studenten?
- Wat hebben studenten over elkaar geleerd?
Tips
- Geef voorbeelden zodat studenten begrijpen wat bedoeld wordt met naamherkomst.
- Benadruk dat studenten alleen delen wat zij prettig vinden.
- Loop rond, stel vragen en toon interesse.
- Gebruik deze werkvorm vooral aan het begin van het schooljaar.
- Laat studenten eventueel afsluiten met één verrassend feitje over hun naam.
