Doel: Studenten gaan met elkaar in gesprek over wat zij gelezen hebben en leren hun mening onderbouwen, luisteren naar anderen en verbanden leggen met hun eigen ervaringen (bijvoorbeeld stage of werk).
Duur: ± 15–20 minuten
Benodigdheden: Vragenkaartjes. Boek, tekst of fragment. Eventueel A4 en pennen.
Uitleg
Studenten lezen een tekst, boek of fragment dat past bij hun niveau en/of opleiding. Daarna gaan zij met elkaar in gesprek aan de hand van vragenkaartjes.
De nadruk ligt niet op goede of foute antwoorden, maar op de mening, beleving en interpretatie van studenten. Studenten reageren op elkaar en bouwen verder op elkaars ideeën. Deze werkwijze is gebaseerd op Aiden Chambers, die ervan uitgaat dat praten over teksten helpt om ze beter te begrijpen en te onthouden. Hierbij staat niet het juiste antwoord centraal, maar het samen onderzoeken van wat een tekst voor iemand betekent.
De vragenkaartjes helpen om het gesprek op gang te brengen, maar vormen geen vaste lijst die afgewerkt moet worden.
Stappenplan
- Verdeel de klas in kleine groepjes of tweetallen.
- Geef elk groepje een aantal vragenkaartjes.
- Laat studenten om de beurt een kaartje pakken en de vraag voorlezen.
- De student geeft antwoord op de vraag.
- Andere studenten reageren op het antwoord (aanvullen, andere mening, herkenning).
- Stimuleer dat studenten doorvragen en op elkaar reageren.
- Begeleid het gesprek waar nodig en help bij het verdiepen.
- Rond af met een korte klassikale terugkoppeling.
Tips
- Er zijn geen foute antwoorden; het gaat om het gesprek
- Stimuleer dat studenten op elkaar reageren in plaats van alleen op de docent
- Laat studenten eventueel in tweetallen werken (handig bij taalzwakke studenten)
- Laat studenten hun meest interessante inzicht delen aan het eind
