Woordenslag (spelvorm)

Doel: Studenten halen samen hun voorkennis op door zoveel mogelijk passende woorden of voorbeelden te bedenken bij een onderwerp.

Duur: ± 15 minuten.

Benodigdheden: a4-papier en pennen.

Uitleg

Studenten werken in groepjes ongeveer personen. Ze schrijven samen zoveel mogelijk woorden op die passen bij een opdracht. De opdracht sluit aan bij de opleiding, zodat deze herkenbaar is.
Voorbeelden:

  • Zorg & Welzijn: woorden met “zorg” erin, zoals zorgplan of zorgverlener.
  • Horeca: zoveel mogelijk dranken die beginnen met een bepaalde letter, of wijnen die ze kennen.
  • Bouw/Techniek: gereedschappen of materialen die in de praktijk gebruikt worden.
  • ICT: begrippen die met computers te maken hebben, zoals hardware of software.

Stappenplan

  1. Verdeel de klas in groepjes van ongeveer 4 studenten. Geef elk groepje een A4 en laat één student schrijven. Laat de namen op het blad zetten.
  2. Leg uit: elk goed antwoord is 1 punt. Niet overleggen met andere groepjes.
  3. Geef de opdracht die past bij de opleiding.
  4. Laat de studenten in groepjes werken en geef een vaste tijd. Tel duidelijk af.
  5. Verzamel de blaadjes en tel de punten per groep. Bespreek enkele antwoorden kort klassikaal.
  6. Het groepje met de meeste juiste antwoorden wint.

Tips

  • Werkt goed als energizer of lesstart.
  • Maak het moeilijker door specifieker te worden (bijv. alleen “gereedschappen voor elektra” i.p.v. algemeen gereedschap).