Vaktaal verzamelen en gebruiken

Doel: Studenten verzamelen samen vaktaalwoorden die passen bij hun opleiding of beroep. Zij denken na over betekenis, spelling en gebruik van deze woorden en oefenen hiermee hun mondelinge en schriftelijke taalvaardigheid. De woordenlijst vormt een basis voor vervolgactiviteiten zoals spelling, grammatica, spreken en schrijven.

Duur: ± 15–25 minuten (vervolgactiviteiten kunnen later opnieuw kort terugkomen)

Benodigdheden: Bord of digibord. Eventueel A4’tjes, schrift of digitale omgeving.

Uitleg

Veel taal- en spellingsopdrachten zijn abstract en sluiten niet altijd goed aan bij de beroepspraktijk van studenten. In deze werkvorm verzamelen studenten daarom zelf woorden die zij tegenkomen binnen hun opleiding, stage of werk. Hierdoor werken zij met taal die betekenisvol en herkenbaar is.

Studenten denken eerst individueel na over typische vaktaalwoorden uit hun beroep. Daarna wisselen zij deze woorden uit met medestudenten. Samen ontstaat een woordenlijst die later opnieuw gebruikt kan worden bij verschillende taalactiviteiten.

Bij opleidingen in bijvoorbeeld de bouw kunnen woorden naar voren komen zoals bekisting of latei. Binnen groenvoorziening denken studenten mogelijk aan woorden zoals bemesten of snoeien. Op deze manier ontstaat taal die direct verbonden is aan de praktijk van studenten.

De kracht van deze werkvorm zit niet alleen in het maken van de lijst, maar vooral in het herhaald gebruiken van de woorden tijdens korte lesmomenten. Zo oefenen studenten op een natuurlijke manier met vaktaal, spelling, grammatica en mondelinge taalvaardigheid.

Stappenplan

  1. Vraag studenten individueel na te denken over woorden die vaak voorkomen binnen hun beroep, stage of opleiding.
  2. Laat studenten hun woorden bespreken in tweetallen of kleine groepjes.
  3. Stimuleer dat studenten ook nadenken over de betekenis van de woorden.
  4. Vraag vervolgens klassikaal om voorbeelden van vaktaalwoorden.
  5. Schrijf de woorden zichtbaar op het bord of in een gedeeld document.
  6. Verzamel samen ongeveer 10 veelvoorkomende vaktaalwoorden.
  7. Bespreek kort moeilijke woorden, uitspraak of spelling.
  8. Gebruik de woordenlijst in volgende lessen opnieuw, bijvoorbeeld voor:
    • spellingsoefeningen
    • woordsoorten herkennen
    • zinnen maken
    • spreekopdrachten
    • schrijfoefeningen
    • uitleg van betekenis
    • oefenen met grammatica

Scaffolding

Docenten kunnen tijdens deze werkvorm scaffolding inzetten door studenten stap voor stap te ondersteunen. Bijvoorbeeld door eerst zelf enkele voorbeelden te geven, gerichte vragen te stellen of woordstarters aan te bieden. Ook kan de docent helpen bij het formuleren van betekenissen, het maken van voorbeeldzinnen of het indelen van woorden in categorieën zoals zelfstandig naamwoord of werkwoord.

Naarmate studenten meer vertrouwd raken met de vaktaal, kan de ondersteuning geleidelijk worden afgebouwd en nemen studenten zelf steeds meer initiatief in het verzamelen en gebruiken van de woorden.

Tips

  • Laat studenten woorden aandragen uit stage of praktijkervaring
  • Bouw de woordenlijst gedurende meerdere lessen verder uit
  • Gebruik de woorden regelmatig in korte herhalingsmomenten
  • Maak samen een groeiende vaktaalmuur of digitaal woordenboek
  • Gebruik de woordenlijst ook bij mondelinge opdrachten of presentaties