Doel: Studenten oefenen spreekvaardigheid door beroepsgerichte begrippen, handelingen en situaties in eigen woorden uit te leggen onder tijdsdruk.
Duur: ± 20–30 minuten
Benodigdheden: Kaartjes met begrippen uit de beroepspraktijk, timer (30 seconden), eventueel bord om score bij te houden.
Uitleg
Deze werkvorm is gebaseerd op het spel 30 Seconds. Studenten proberen in 30 seconden zoveel mogelijk begrippen uit hun opleiding aan hun team uit te leggen, zonder het woord zelf te noemen. Het draait niet om perfecte zinnen, maar om snel, duidelijk en begrijpelijk uitleggen. Teamgenoten moeten het juiste begrip raden op basis van de uitleg. De begrippen komen uit de beroepscontext, zodat studenten tegelijk vakinhoud en taalvaardigheid oefenen.
Stappenplan
- De docent verdeelt de klas in teams van 3 of 4 studenten en legt kort de spelregels uit. Op tafel liggen kaartjes met begrippen uit de beroepspraktijk (bijvoorbeeld handelingen, materialen, functies of situaties).
- Een student is de uitlegger. Hij of zij pakt een kaartje en probeert het begrip binnen 30 seconden uit te leggen zonder het woord zelf te noemen of delen van het woord te gebruiken. Ook de woorden onder het begrip dat geraden moet worden mogen niet genoemd worden in de uitleg.
- De rest van het team probeert het begrip zo snel mogelijk te raden. Zodra het goed is geraden, gaat de uitlegger door naar het volgende kaartje binnen de tijd.
- Na 30 seconden stopt de beurt en wordt er gescoord: elk goed geraden begrip is een punt. Daarna wisselt de rol van uitlegger door naar de volgende student in het team.
Tips
- Kies begrippen die echt uit de beroepspraktijk komen (bijvoorbeeld handelingen, materialen, processen of klantsituaties).
- Houd de nadruk op duidelijk uitleggen in plaats van perfect formuleren: het gaat om begrijpelijkheid onder tijdsdruk.
Je kunt ze uiteraard het beste zelf ontwikkelen (of nog leuker: tijdens een les door studenten laten maken), maar ter inspiratie kun je gebruikmaken van onderstaande sets.
